logo
Bewoningsgeschiedenis Helden
Home
heemkundekring logo

Molenstraat 4

 

 

Mijn oma van moederskant heette Margaretha Maria Gertruda Thissen, geboren 14 mei 1899 in Steyl. Gestorven 6 december 1986. Opa heette Peter Bernard Janssen, ook bekend als Stevens-Piet. Hij werd 2 april 1893 geboren en stierf thuis op 23 mei 1982. Ze woonden op Molenstraat 4 naast zaal Kubke. Als kind kwam ik er graag. Het was een groot huis met een enorme tuin. Beter gezegd een groentetuin Want ik herinner me dat dichtbij het huis een vierkant grasveld was en vervolgens een zandpad dat zich ver uitstrekte met aan weerszijden velden voor groente. Ik denk dat dat perceel wel zo'n tachtig meter diep was. Opa spitte dat elk jaar om. Ik heb nog geholpen met het weghalen van Coloradokevers die op de aardappelplanten zaten. Die deed ik in een glazen potje. Een keer vond ik een leeg bierglas in de border langs de feestzaal van Kubke. Toen ik dat glas naar Kubke terugbracht kreeg ik een snoepje. Toen ik ooit weer een leeg bierglas vond en terugbracht kreeg ik alleen dank en "zet het daar maar neer".

VolkstellingHuisnummerNaam hoofdbewoner   
1957Molenstraat  4Janssen, P B   
1936Molenstraat  4    
1923Dorp 707Gezin Janssen-Thissen   
1910Dorp 545Gezin Creemers   

 

                                                            prentje Margaretha Thissen                         Bidprentje Peter Janssen

Het was een groot huis. Ik beschrijf eerst de voorzijde vanuit de straat gezien. De woonkamer was links, aan de kant van Kubke, daarna kwamen er twee voordeuren langs elkaar, elk met een eigen gang. Daarna een kamer of slaapkamer. Daarlangs weer een grote ruimte waarvan ik niet weet wat het nu eigenlijk was, maar ook daar een kamertje met een voordeur. Aan die grote ruimte was ook een kamer naar achteren verbonden, waar mijn vader en moeder een tijd gewoond hebben in 1959/1960, nadat ze net getrouwd waren. Daar in die ruimte is mijn broer Wim geboren. Het uiterst rechtse deel van het pand was het "werkhuis", de timmerwerkplaats van opa met grote houten werkbanken, gereedschap aan de muur en veel hout. Met name stapels klutskes, stookhout voor het fornuis. Aan de straatkant van het werkhuis zag je twee grote, groene deuren. Aan de achterzijde was een houtopslagplaats die grensde aan een berging met WC. Die WC was een oude, met houten bril; het WC papier waren netjes afgescheurde stukjes krant of Blèdje. Onder de WC was een beerput. Vervolgens kwam de achterdeur van het huis, van waar je ook de keuken in kon. In de keuken hing nog een koperen zwengelpomp. Ook was er een fornuis dat met houtjes gestookt werd. Vanuit de keuken kon je via een gang door naar de woonkamer. Aansluitend aan de woonkamer was de slaapkamer van opa en oma, afgescheiden door schuifdeuren. En overal hing devotiekitsch aan de muur. Afbeeldingen van Maria en Jezus met aureolen en omringd door gevleugelde engelen. Vanuit de keuken kon je ook de grote kelder in. Ook kon je vanuit de keuken een trap op en dan via een luik naar de zolder. De zolder was enorm en leeg. Deze bestond uit enkele grote delen met bijna niets erin. Het was leuk om daar rond te lopen. Er was een muurkast met een zeemanskist erin van oom Frans waar nog wat uniformdelen inzaten van zijn tijd als marinier. Voor de rest was de zolder helemaal leeg. Je keek tegen de dakpannen aan. De vloer was van houten planken. De muren waren van baksteen, gemetseld met kalk. Als je met je vinger door de voeg ging dan kruimelde het kalkstof eruit.  

Wanneer ik bij opa en oma op bezoek kwam zaten we altijd gezellig bij elkaar in de kamer, tot ik onrustig opsprong en in het huis ging rondsnuffelen. In het werkhuis, in kasten waar ik stapels tijdschriften vond van de "Katholieke Illustratie", in de kelder en op zolder. Daarna kwam ik weer terug en zaten we weer bij elkaar. Veel hoefde niet gezegd te worden. Je hoorde de klok tikken. Opa rookte zijn pijp, met een schroefdopje van een limonadefles erop als afdekking. Opa had een wond op de rug van zijn hand, al jaren. Dat zag er nogal etterig uit en was zo groot als een rijksdaalder. Een klein vierkant stukje verband zat erop geplakt. Ook had hij een hoorapparaat. Oma zat rustig in de kamer. Zij had slechte ogen. Zij las met een loep. Op de salontafel stond een rode stenen asbak, zowat zo groot als een platte baksteen. Ook lag er altijd hetzelfde boekje. Een pocketboek met de titel "Wij bouwen". Ik weet niet waarom. Zo zaten we daar, ik met een glaasje limonade en opa en oma, genietend van hun kleinkind.

Ze hadden 4 kinderen, Mien, de oudste was mijn moeder. Dan drie jongens: Hub, Henk en Frans. Mien trouwde met Jan Janssen uit Egchel (van Kleuskes-Willem) die mijnwerker was. Allereerst trokken ze bij opa en oma in, later kochten ze een huis in Panningen, waar ik geboren ben.

Opa is midden in de nacht gestorven. Dat ging heel snel.  Hij maakte in zijn slaap plotseling een hikkend geluid en dat was het. Oma heeft de nacht toen afgewacht en is 's morgens hulp gaan halen. Zij verhuisde later naar een bejaardenhuisje aan de Averbodestraat waar ze nog enkele jaren woonde.

Ze zijn begraven in Helden

 

 

Bron Peter Janssen


Laatst bijgewerkt op 26 februari 2026 om 08:35:49