Kesselseweg 5
In 1843 was deze locatie nog onbebouwd. Er lag toen op de driehoek nog een waterpoel, gebruikt bij de vlasverwerking en als drinkplaats voor vee, maar ook bedoeld als voldoende voorraad bluswater in geval van brand in het dorpscentrum.
Het rood omcircelde gebied is de huidige locatie van de woning. Op de driehoek ervoor ligt het bluswaterbekken. |
De destijdse aanwezigheid van deze bluswatervijver is nog steeds zichtbaar aan de lokaal iets verlaagde bodem.
Jan Mathijs Gerris en zijn vrouw Helena Joosten |
In 1880 komt de dan 55-jarige Jan Mathijs Gerris uit Hunsel naar Helden en gaat wonen in het huis Dorp 457 (later werd dit café Aerdts/Apollo). Jan Mathijs is landbouwer en is getrouwd met Helena Joosten uit Helden. Zij hebben een zoon, Joannes (geboren op 14 juni 1864 te Ell-Hunsel) en een dochter Catharina.
Jan Mathijs woont aan het dorpsplein tot 1896 als hoofd van het gezin als Joannes dan zijn rol overneemt.
Sjang Gerris en Maria Vorstermans |
Joannes ("Sjang") trouwt tot drie keren toe, achtereenvolgens met Jacomina Rijs, Maria Rutten en Anna Maria Vorstermans uit Sevenum. Het gezin Gerris groeit uit tot een gezin met 11 kinderen. Met zijn eerste vrouw Jacomina Rijs uit Sevenum wordt de zoon Gerardus Wilhelmus geboren in 1891. Zij sterft in 1894 al op 29-jarige leeftijd en hij gaat dan in 1895 opnieuw trouwen met Maria Petronella Rutten. Zij krijgen drie kinderen: Johannes Mathijs (1895), Maria Jacomina (1897, deze dochter overlijdt al in 1912) en Johannes Fransiscus (1899). Nadat ook zijn tweede vrouw sterft, trouwt Joannes in 1903 opnieuw, nu met Anna Maria Vorstermans. Met haar volgen de kinderen Maria Helena (1904), Peter Johannes (1906), Louisa Helena (1908), Hendrikus Josephus (1912, overlijdt als baby na 3 maanden), Helena Johanna (1913), Johanna Josephina (1915) en Jacomina Maria (1917).
Ondertussen is Joannes Gerris in 1897 gekozen in de gemeenteraad van de gemeente Helden en in 1899 komt hij in het bestuur van de boerenbond Helden-Panningen. Later wordt hij ook nog voorzitter van het bestuur van de lokale Boerenleenbank.
Joannes Gerris, zittend 3e van links, als voorzitter van het bestuur van de Boerenleenbank |
In 1904 laat hij een nieuwe woning bouwen aan de Kesselseweg. Dit huis krijgt aanvankelijk het adres Dorp 529. Enige jaren daarna wordt er een schuurgedeelte aan de noordkant aan gebouwd. Het stuk grond achter het huis, de huidige wei tegenover het Kerkeböske) wordt gedeeltelijk als wei gebruikt, en voor een belangrijk deel aangeplant met fruitbomen, de "ouderwetse" ster-appels. Ook wordt er een kippenhok gebouwd.
In 1919 wordt Joannes benoemd tot wethouder van Openbare Werken der gemeente Helden. Dit gaat hij doen naast zijn boerenbestaan, een écht gemengd bedrijf dus. De familie Gerris had namelijk, naast de kippen, een aantal varkens en koeien en een paard.
Nadat zijn oorspronkelijke woning in de 1920-er jaren nog het adres Dorp 690 had gekregen, zal in de 1930-er jaren het adres veranderd worden in Parkweg 3.
In 1926 verhuist Joannes naar de overkant van de straat, waar hij een nieuw huis laat bouwen, het huidige huisnummer 8.
Zijn zoon Peter Johannes ("Piet") wordt dan op dat adres als hoofd van het gezin en als landbouwer ingeschreven in het bevolkingsregister. Hij heeft enige tijd in Tegelen gewoond en is daar getrouwd met Anna Maria Jacoba Paulissen uit Venlo.
Blijkbaar was Piet een fervent roker van (Varnico's) sigaren en spaarde hij de bandjes. In 1930 won hij daarmee 100 gulden (!) als beste verzamelaar.
Bericht uit de Nieuwe Venlosche courant van 18 april 1930 |
Piet en Anna krijgen voor de oorlog vijf kinderen Leonora Maria ("Els", 1933), Joannes Gisbertus ("Jan", 1934), Maria Wilhelmina Cecilia ("Mia", 1935), Helena Maria Petronella ("Leen", 1937), en Gertruda Mathea ("Truus", 1939). De "eerste" Mia, geboren in 1935 overlijdt al jong aan de kinkhoest op 6-jarige leeftijd. Zij heeft toen nog erg mooi opgebaard gelegen in een bedje vol met rozenblaadjes.
In hetzelfde huis kwamen ook onderhuurders, zoals in 1932 de huisschilder Johannes Verlaek uit Meijel en de landbouwer Jacobus Janssen. In 1935 kwam de vrachtrijder Johannes Kessels met zijn broer en landbouwer Jacob inwonen en in 1936 volgde. De eerste kwam oorspronkelijk uit Dülken in Duitsland en vertrok in 1938 weer naar Neukerk in Duitsland. Jacob Kessels vertrok en zou later een vrachtwagen bedrijf in Helden beginnen. In 1939 kwamen ook nog de dienstbodes Anna Greijmans en Hubertina Nelissen.
Zoals destijds gebruikelijk werd al het eten zo veel mogelijk zelf voorbereid. Ook het vlees, de "kerbôeht" en de worst maakte men zelf klaar. De worsten werden dan te drogen gehangen aan de balken op de zolder onder het stro poppendak.
De bocht in de Kesselseweg is jaar en dag een gevaarlijk verkeerspunt geweest. In 1937 bijvoorbeeld was er een botsing die de krant al haalde, maar dit gebeurt vandaag de dag nog steeds.
Uit de Nieuwe Venlosche courant van 4 september 1937 |
Tijdens de oorlog werden Maria (de tweede "Mia", 1940) en ("Gijs", 1943) geboren en na de oorlog volgde nog Jacomina Alberta (1946), Louisa Leonora Johanna ("Wies", 1949), waarmee het aantal kinderen op negen kwam.
Wies, An en Leen Gerris voor de ouderlijke woning |
Rond de oorlog kwam ook "Tilke van Moon" (Teeuwen) altijd over de vloer in huize Gerris. De kinderen hebben in die tijd veel van haar geleerd over het opgroeien en de dingen die daarbij hoorden.
Acht dagen na de bevrijding in de 2e wereldoorlog brak er brand uit in het huis. Engelse militairen lagen gekwartierd in het schuur-gedeelte. Toen één van hen in de avond met een brandende olielamp onderweg was naar het woongedeelte, struikelde hij over een niet afgesloten tank benzine en vatte ook het stro en de woning vlam. Tot overmaat van ramp liep een van de kinderen, Leentje, nog een keer door de olie én daarna door het huis waardoor het vuur zich nog sneller verspreidde. Zij had zelfs licht brandende haren. Om tenminste een deel van het huis te redden, hebben de Engelsen toen voorgesteld om met hun tank het huis doormidden te breken. Dit hebben ze uiteindelijk niet gedaan omdat Piet Gerris bang was dat de tank in de onderliggende gierkelder weg zou zakken.
De schade door de brand was aanzienlijk. Van het schuurgedeelte stonden alleen nog maar de stenen muren en het hele dak moest worden vernieuwd. Daarnaast was een deel van de inboedel verbrand. Deze inboedel werd goed beschreven en in groot detail bepaald op 1406 gulden. Opvallend was dat de grootste post een elektrische wasmachine "met motor" en met inhoud (kleding en wasgoed) was voor een bedrag van 400 gulden. De kinderen hadden toen nauwelijks iets meer over om aan te trekken. Vanuit het hulpfonds werden toen kleren ter beschikking gesteld, waaronder rode onderbroeken. Els maakt hiermee nog de schaamte van haar leven mee toen ze op school tijdens de zangles niet naar de WC mocht van de begijn en ter plekke in de broek plaste. De rode kleur van de onderbroek spoelde toen flink uit op de stoel waarop ze zat.
Het voorval van de brand werd uiteindelijk toch als een oorlogsgevolg gezien met de omschrijving dat de Engelsen "onvoorzichtig hadden gehandeld met open vuur". |
Piet Gerris kreeg in de jaren 1940 en 1950 de "melkritten" voor de Fuu toegewezen. Dit betekende dat hij de melktuiten in Helden-dorp ophaalde en terugbracht naar de Fuu.
Na de oorlog woonde de vrachtrijder Pierre Goertz ("Dèrreke Pierre") bij de familie in.
Als na de oorlog nieuwe straatnamen worden ingevoerd, krijgt de woning pas in 1955 het adres Kesselseweg 3, later aangepast naar Kesselseweg 5.
Een opvallend bericht over dit adres verscheen in het Dagblad van Noord Limburg op 31 december 1953:
![]() |
Erg prominent aanwezig was altijd het hondje Fikkie, dat iedereen die te dicht bij het huis kwam in zijn broek probeerde te bijten.
Piet heeft veel problemen gehad met zijn gezondheid en kon niet veel werken. Toen hij geopereerd werd aan zijn maag, heeft hij nog tien jaren mogen leven tot zijn dood in 1968 op 61-jarige leeftijd. Kort voor het overlijden van Piet Gerris wordt de woning verkocht aan de familie Haffmans. Piet's vrouw Anna vertrok toen naar het bejaardenhuis en zou daar in 1977 sterven.
![]() |
In 1989 komt Jeroen en Sandra Haffmans er wonen en zij vragen direct vergunning aan om de woning te verbouwen.
Jeroen Haffmans, geboren in 1956 als zoon van notaris Haffmans-Gielen van de Kesselseweg 7, zou er tot 2024 blijven wonen, waarna de woning verkocht werd. De achterliggende wei wordt dan separaat verkocht.
De nieuwe eigenaar gaat het geheel verbouwen, moderniseren en verduurzamen en geschikt maken voor dubbel bewoning. Het schuurgedeelte wordt nu ook een woning.
Achter-aanzicht (oost-zijde) van de woning met schuur ca. 2020 |
Het kleine pleintje waaraan de woning ligt, heeft de Dörpse naam "Gerris Greuske". Op dit pleintje heeft tot 1935 een stenen kruis gestaan. Omdat dit een markante plek is waar reizigers vanuit Kessel de dorpskern Helden binnenkomen, schrijft de gemeente in 1997 een opdracht uit voor het maken van een kunstwerk op dat plein. Zij stellen een budget van 14.000 gulden ter beschikking hiervoor. De Heldense kunstenaar Erik Kierkels kreeg de opdracht en in 1998 wordt zijn kunstwerk onthuld.
| Oorspr. funktie | Bedrijf en woonhuis |
|---|---|
| Huidige funktie | Boerderij |
| Architect | |
| Bouwstijl | Traditionalisme |
| Bouwjaar | |
| Gevels, vensters en deuren |
Baksteen. Metselwerk in kruisverband |
| Dakvorm, bedekking |
Zadeldak. Muldenpannen |
| Omschrijving |
|
| Bron |
Monumenten Inventarisatie Project Limburg (MIP) |
Laatst bijgewerkt op 24 februari 2026 om 18:18:55

Jan Mathijs Gerris en zijn vrouw Helena Joosten
Wies, An en Leen Gerris voor de ouderlijke woning

